Onze methodes en technologieën

De onderzoeken die gebeuren in het laboratorium zijn:

Histopathologisch onderzoek

De term "histopathologie" wordt gebruikt voor het onderzoek van aandoeningen op weefselniveau. Het weefsel kan verkregen zijn door een chirurgische ingreep of door middel van een biopsie (een klein stukje weefsel dat specifiek wordt verwijderd voor onderzoek). Het weefsel wordt in het laboratorium meteen door een patholoog-anatoom beoordeeld op afwijkingen met het blote oog ("macroscopie") zodat er gericht monsters (kleine plakjes weefsel) genomen kunnen worden voor verder onderzoek. Deze worden vervolgens door de medisch laboratoriumtechnologen verwerkt tot een gekleurd weefselpreparaat waarin de verschillende weefselcomponenten door de patholoog-anatoom met behulp van een lichtmicroscoop kunnen worden onderscheiden ("microscopie"). Standaard worden de weefselpreparaten gekleurd met een HE-kleuring (hematoxyline en erythrosine): de kernen van de cellen kleuren hierdoor blauw en het cellichaam rood (zie foto 1). Ook andere kleuringen kunnen uitgevoerd worden indien de patholoog-anatoom meer gericht bepaalde componenten (antigenen) in het weefsel wil lokaliseren. Men kan hiervoor gebruik maken van de "immuunhistochemische" en "histochemische" technieken of van "immuunfluorescentie" (zie foto 2 en 3). Het laboratorium beschikt momenteel over een 145-tal  kleuringsonderzoeken die een diagnose verder kunnen verfijnen (een volledig overzicht van deze technieken vindt u hier). Alle bevindingen van de pathologen-anatomen worden geformuleerd in een rapport dat via het elektronisch patiëntendossier ter beschikking wordt gesteld van de behandelende geneesheren.

Microscopisch beeld van een dunnedarmpreparaat gekleurd met de hematoxyline-erythrosine kleuring.

Microscopisch beeld van een borsttumorpreparaat waarbij met behulp van een immuunhistochemische kleurtechniek het HER2 eiwit (bruine kleur) op de celmembraan kan worden aangetoond.

Microscopisch beeld van een bronchusaspiraat waarbij met behulp van een histochemische kleurtechniek een schimmelinfectie (donkerpaars) kan worden aangetoond.

Cytopathologisch onderzoek

De term "cytopathologie" wordt gebruikt voor het onderzoek van aandoeningen op cellulair niveau. Deze kunnen verkregen zijn via baarmoederhalsuitstrijkjes, longspoelingen, de verzameling van urine of buikvocht of via orgaanpuncties. Het materiaal wordt door de medisch laboratoriumtechnologen verwerkt tot een gekleurd preparaat dat uit één cellaag bestaat en door de patholoog-anatoom kan worden beoordeeld met behulp van een lichtmicroscoop (zie foto). Vaak is het cytologisch onderzoek gericht op het vaststellen van verschillende soorten kanker (denk maar aan het baarmoederhalsuitstrijkje dat gebruikt wordt om baarmoederhalskanker in een vroeg stadium te ontdekken), maar ook bepaalde infectieziekten en ontstekingen kunnen worden opgespoord.

Microscopisch beeld van een cytologisch dunnelaagpreparaat gekleurd met de Papanicolaou kleuring.

 Moleculair-biologisch onderzoek

Met behulp van het moleculair-biologisch onderzoek kunnen er afwijkingen ter hoogte van het erfelijk materiaal (DNA) van de cel worden aangetoond. Het laboratorium beschikt over een specifieke techniek (zilver in situ hybridisatie, SISH) voor het detecteren van een overmatige expressie van het Her2/neu gen (zie foto), wat een voorspellende waarde heeft voor de respons op behandeling met Herceptine(c) bij patiënten met borstkanker.

Microscopisch beeld van een borsttumor gekleurd met de SISH techniek. Hierdoor kan het aantal kopieën van het HER2 gen (zwart) ten opzichte van het aantal chromosomen 17 (rood) worden berekend. Deze verhouding is bepalend voor het behandelingsplan van patiënten met borstkanker.

Vriescoupe-onderzoek

Soms is het voor de chirurg wenselijk om tijdens een operatie snel een diagnose te kunnen stellen. In dit geval wordt het weefsel in het laboratorium onmiddellijk bevroren zodat het de vereiste stevigheid krijgt om het te kunnen snijden. Het weefsel wordt bij zeer lage temperatuur gesneden in dunne plakjes en daarna handmatig gekleurd met hematoxyline en erythrosine (zie ook hierboven). De preparaten worden onmiddellijk beoordeeld door de patholoog-anatoom met behulp van een lichtmicroscoop, waarna de diagnose telefonisch wordt meegedeeld aan de chirurg in het operatiekwartier. De patiënt blijft onder narcose tijdens dit onderzoek, dat doorgaans 30 minuten duurt. Een voordeel van het vriescoupe-onderzoek is bijvoorbeeld dat de chirurg, indien een tumor in eerste instantie niet geheel verwijderd is, direct extra weefsel kan wegnemen tot de tumor wel volledig verwijderd is.

Post-mortem onderzoek

Door de pathologen-anatomen worden er op verzoek van de behandelend arts autopsies uitgevoerd op overleden personen. Deze vinden plaats in het mortuarium van het ziekenhuis. Bij een autopsie worden er kleine stukjes weefsel van vrijwel alle organen van de overledene beoordeeld op afwijkingen, zodat de doodsoorzaak kan worden vastgesteld.