Waarmee kunt u bij ons terecht?

De dienst urologie behandelt zeer uiteenlopende ziekten en problemen. Zo helpen urologen u bijvoorbeeld verder bij afwijkingen aan de afvoerwegen van de nier (zoals vernauwing van de urineleider of nierstenen, goed- en kwaadaardige tumoren in en rond de nieren of aangeboren afwijkingen), maar ook voor afwijkingen van de urineblaas (tumoren, stenen, incontinentieklachten…), de plasbuis en prostaat (tumoren, vernauwingen, infecties), afwijkingen van de penis (impotentie, aangeboren afwijkingen of tumoren) of de testikel, bijbal en zaadleider. Verder kunnen mannen hier terecht voor een onvruchtbaarheidsingreep (vasectomie/sterilisatie).

Urologie of nefrologie?

Zowel de urologie als de nefrologie behandelen dus nierproblemen.  Het verschil? De urologie is onderdeel van de heelkunde (chirurgie) en urologen voeren dus eerder operaties uit aan nieren, urinewegen, prostaat, blaas en geslachtsorganen. Behandeling met medicijnen komt minder vaak voor.
De nefrologie (zie ook de dienst nierziekten) valt onder de interne geneeskunde en richt zich vooral op de functie en werking van de nieren – wat betekent dat behadelingen binnen de specialisatie nierziekten voor vooral  gebeuren via medicatie of dialyse.

Enkele veel voorkomende aandoeningen waarbij ons urologie-team u kan helpen zijn:

  • Nierstenen
    Een niersteen wordt gevormd in de nier. Deze steen kan vast komen te zitten in een nierkelk of ter hoogte van de uitgang van het nierbekken. Hierdoor wordt het afvloeien van de nier geblokkeerd, de nier zet uit en er komt spanning op het nierkapsel. Dit veroorzaakt hevige pijn, de typische nierkolieken. Deze pijn komt plots op en de patiënt heeft bewegingsdrang. Dikwijls is er misselijkheid en braken. Als de steen zich wat draait, kan de urine opnieuw afvloeien en verdwijnt de pijn. Nierstenen worden onderverdeeld in twee grote categorieën: stenen die calcium bevatten en stenen die geen calcium bevatten.

  • Incontinentie
    Incontinentie of onvrijwillig urineverlies kan vele oorzaken hebben. Het komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen, omdat de plasbuis veel korter is dan die van de man.

    Er zijn verschillende vormen van incontinentie:
    Inspanningsincontinentie ('stress'-incontinentie):
    De oorzaak van dit type incontinentie is de sluitspier die de spanning of druk in de blaas niet meer de baas kan op het ogenblik dat deze plots verhoogt omdat men bijvoorbeeld niest, of hoest of een gewicht optilt. Dit is meteen de meest voorkomende vorm van urineverlies. Men noemt deze vorm ook wel "stressincontinentie", waarbij stress niet duidt op zenuwachtigheid maar op inspanning of druk.

    Drang("urgentie")-incontinentie:
    Deze vorm van incontinentie wordt "urgent" genoemd omwille van het "dringend karakter" ervan. Dat komt omdat de blaas plots krachtig samentrekt, op ogenblikken dat dit helemaal niet nodig is en zonder dat men daar wat kan tegen doen. Voor men goed en wel voelt dat men moet urineren, is het vaak al te laat om nog tijdig tot bij het toilet te geraken. Urgentie-incontinentie wordt toegeschreven aan een zogenaamde "instabiele blaas". De blaas trekt zonder het te willen samen: ze is niet stabiel. De sluitspier kan hierbij volledig normaal zijn.

    Overloopincontinentie:
    Hierbij kan de patiënt niet urineren en loopt de blaas na maximale vulling steeds een klein beetje over.

  • Blaasinfectie (cystitis)
    Elke vrouw die ooit te maken kreeg met de intense pijn die gepaard gaat met een blaasontsteking, zal vertellen dat deze aandoening onmiddellijk moet worden behandeld. Blaasontsteking (ook wel cystitis genoemd) is een gevolg van een infectie van de urinewegen.
    De aandoening komt het vaakst voor bij vrouwen tussen 25 en 54 jaar. De urineleider die naar de blaas loopt (de urethra) is bij de vrouw veel korter dan bij de man, waardoor bacteriën een kortere afstand moeten afleggen om de blaas te bereiken. De urineleider ligt dicht bij de vagina en de anus (transit van de stoelgang), waardoor bacteriën makkelijker hun weg naar de blaas vinden.

  • Waterbreuk
    Een breuk (hernia) is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk ziet eruit als een zwelling en kan ontstaan door aangeboren factoren of door uitreiking van de buikwand. Uitrekking kan optreden in de loop van het leven, bijvoorbeeld door toename in lichaamsgewicht, persen, veel hoesten, vaak zwaar tillen. Het is mogelijk dat de uitstulping (zwelling) van het buikvlies - de breukzak - een gedeelte van de buikinhoud bevat. Bij verhoging van de druk in de buik (zoals bij staan, bij persen of hoesten) kan er meer buikinhoud in de uitstulping komen. De breuk wordt dan groter. Bij een liesbreuk bevindt de uitstulping zich in de liesstreek.
    Een liesbreuk verdwijnt nooit spontaan en kan groter worden waardoor ook de klachten vermeerderen.

  • Erectiestoornissen
    Erectie is een neurovasculair fenomeen onder hormonale controle. Men krijgt een uitzetting van de slagaders, een relaxatie van de gladde spieren in de penis en een activatie van een aderlijk afsluitingsmechanisme. Een seksuele prikkel geeft een stijging van NO (stikstofoxide) in de bloedvaten, met een uitzetting als gevolg. PDE5 inhibitoren verminderen de afbraak van NO met een betere erectie als gevolg.
    Erectiestoornissen komen frequent voor. Ongeveer 50% van de mannen tussen de 40 en 70 jaar hebben erectieproblemen.

  • Prostaatkanker
    De overgrote meerderheid van de mannen van negentig jaar en ouder vertonen kankercellen in hun prostaat, maar deze cellen groeien meestal vrij langzaam, zodat de prostaatkanker zelden hinder veroorzaakt. Op jongere leeftijd kunnen de kankercellen wel sneller groeien en is tijdig ingrijpen aangewezen om uitzaaiing van de kankercellen naar andere delen van het lichaam te voorkomen.
    De oorzaken van prostaatkanker zijn nog niet bekend. Zeker is dat testosteron noodzakelijk is voor het ontstaan ervan. Er is geen verband met prostatitis (prostaatontsteking) of een goedaardige vergroting van de prostaat. De kankercellen zitten meestal zelfs op een andere plaats in de prostaat dan bij een goedaardige vergroting. Goedaardige prostaatvergroting ontstaat in het deel direct rondom de plasbuis, terwijl prostaatkanker in 75% van de gevallen aan de buitenrand van de prostaat ontstaat.