Niet starten en/of staken van een curatieve of levensverlengende medische behandeling

Een zorgvuldige afweging van wat medisch nog zinvol is….

Soms biedt een medische behandeling geen oplossing meer voor een bestaand medisch probleem, levert het geen verbetering op (of soms eerder een verslechtering), en kan hierdoor het comfort verlagen. Wanneer een behandeling in een bepaalde situatie niet langer als zinvol of doeltreffend wordt beoordeeld, kan er gekozen worden voor het niet starten en/of staken van een curatieve (genezende) of levensverlengende medische behandeling.

Omdat het niet altijd mogelijk is om de reële kansen op succes met 100% zekerheid in te schatten, is deze beslissing soms uitermate moeilijk. De arts zal daarom niet enkel een beroep doen op zijn medisch professioneel oordeel, maar zal ook rekening houden met de wensen van de patiënt/bewoner of zijn vertegenwoordiger. Hoe moeilijker het is om in te schatten of een behandeling nog zin heeft, hoe belangrijker de wens van de patiënt wordt.

Een beslissing met betrekking tot het niet starten en/of staken van een curatieve of levensverlengende medische behandeling is meestal deels afhankelijk van de individuele appreciatie van de patiënt of bewoner.  Sommige personen zullen het uitputten van alle medische mogelijkheden als zinvol ervaren, anderen dan weer niet. Een belangrijk criterium hierbij is de levenskwaliteit van de patiënt of bewoner voor de tijd die hem nog ter beschikking staat. Een bepaalde behandeling kan bijvoorbeeld een zekere kans op succes hebben, maar tegelijkertijd zo ingrijpend zijn dat de levenskwaliteit er zwaar onder lijdt. In dat geval is het niet ondenkbaar dat de patiënt of bewoner ervoor kiest om de resterende tijd op een kwaliteitsvolle wijze door te brengen.

Daarnaast is het ook belangrijk om een beslissing rond het niet starten en/of staken van een curatieve of levensverlengende medische behandeling niet te zien als een levensbekortende beslissing. Het domein van het niet-therapeutisch optreden wil het overlijdensproces op een natuurlijke wijze laten plaatsvinden. Net daarom kan het gesitueerd worden tussen een levensbekortende beslissing (zoals euthanasie) en levensverlengende beslissing (zoals het opstarten of voortzetten van een zinvolle medische behandeling) en behoort het niet louter tot een van beide.

Wat is een beperkings- of DNR-beleid?

Wanneer een arts uiteindelijk meent dat een behandeling medisch zinloos is, kan er besloten worden om niet meer met een behandeling van start te gaan of om deze te stoppen. De behandelend arts zal dan beslissen om een beperkings- of DNR (Do Not Reanimate) beleid op te starten, zodat het voor alle hulpverleners duidelijk is wat nog medisch wenselijk is. Binnen onze voorzieningen wordt dit uitgedrukt via volgende codes:

  • Code 1 =  niet reanimeren.
  • Code 2 =  bestaande therapie niet uitbreiden (en geen reanimatie).
  • Code 3 =  bestaande therapie afbouwen (en geen reanimatie).

Code 2 en code 3 kunnen enkel in werking treden als code 1 (geen reanimatie) van toepassing is.

Het stoppen of niet-meer starten van kunstmatige vocht- en voedseltoediening

Over het stoppen of niet meer opstarten van kunstmatige vocht- en voedseltoediening werd binnen GZA een zorgethisch advies opgesteld.

De diagnose is van invloed op de mate waarin kunstmatige voeding een positief effect kan hebben op de (kwalitatieve) overleving van de patiënt/bewoner. De aard van de problematiek  (bv. vergevorderde dementie, kanker, hersenbloeding, ALS,…) heeft dus een belangrijke invloed hebben op het keuzeproces rond het al dan niet toedienen van kunstmatige voeding. Daarom wordt dit samen met de patiënt of bewoner en zijn naasten volledig bekeken en besproken.

Waar kan een patiënt of bewoner zelf toe bijdragen?

Een patiënt of bewoner heeft altijd het recht om op volledig geïnformeerde wijze zelf af te zien van een behandeling, ook al is deze behandeling nog zinvol en/of doeltreffend.

Een patiënt of bewoner kan voorafgaandelijk ook zijn visie over wat hij nog wenst met betrekking tot het levenseinde op papier zetten, zelfs al verkeert hij nog in een goede gezondheidstoestand. Men noemt dit een voorafgaandelijke wilsverklaring, waarin iemand kan bepalen wat hij niet meer wenst (“negatieve wilsverklaring”), maar ook wat hij nog wel wenst (“positieve wilsverklaring”). De meeste bekende vorm van een positieve wilsverklaring is de zogenaamde euthanasieverklaring voor het geval men zich (ooit) in een onomkeerbaar coma bevindt (zie verder).

Iedereen heeft bovendien het recht om deze wilsverklaring(en) te laten toevoegen aan het patiëntendossier. Er wordt aangeraden om dergelijke wilsverklaringen zo veel mogelijk met de behandelend artsen te bespreken. Meer informatie over deze vroegtijdige zorgplanning kunt u terugvinden op www.delaatstereis.be.