Waarmee kunt u bij ons terecht?

Goed functionerende hersenen zijn enorm belangrijk voor de werking van het menselijk lichaam. Want wat je ook doet, voelt of denkt – de hersenen zorgen voor aansturing en controle. Dat betekent ook, dat als er iets mis is met de hersenen (en het ruggenmerg, de zenuwen), dit grote gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld het (zelfstandig) dagelijks functioneren.

Hersenaandoeningen kunnen zowel tot lichamelijke als tot geestelijke handicaps leiden.

  • Zo kunnen elektrische of biochemische problemen in hersenen, ruggenmerg of zenuwen leiden tot bijvoorbeeld epilepsie, MS of de ziekte van Parkinson.
  • Stoornissen die samenhangen met de bloedvaten in de hersenen (cerebrale vaatstoornissen) kunnen migraine veroorzaken, of ernstiger: een beroerte.
  • Bacteriële en virale herseninfecties kunnen leiden tot hersen(vlies)ontstekingen.
  • Ernstig hoofdletsel met inwendige bloedingen, zwelling of vochtophoping kan net als een herentumor drukverhoging veroorzaken binnen de schedel, wat uiteindelijk kan leiden tot  beschadiging of vernietiging van hersenweefsel.

Op de consultatie behandelen we algemene neurologie, epilepsie, bewegingsstoornissen (onder andere de ziekte van parkinson) en neurologische slaapstoornissen.

Op de hoofdpijnraadpleging benaderen wij met een brede kijk verschillende hoofd- en gelaatspijnproblemen.
Geheugenproblemen onderzoeken we via de geheugenraadpleging.

Op de botoxraadpleging voeren we infiltraties met botox uit in het kader van dystonie, overdreven oogknipperen/gelaatsspasmen of moeilijk te behandelen migraine.

Voor onderzoeken in het kader van dementie, de behandeling van multiple sclerose (met cortisone of Tysabri) of een korte oppuntstelling van andere aandoeningen, is een opname op het dagziekenhuis mogelijk.  

Voor het onderzoek van slaapstoornissen, plannen we vaak een slaaponderzoek op het slaaplabo.

Patiënten met een beroerte (CVA/TIA) worden opgenomen op de stroke unit. Een multidisciplinair team zorgt voor de begeleiding, het onderzoek en beginnende revalidatie van deze patiënten. Dit team bestaat uit de neuroloog, de fysisch geneesheer, de stroke-verpleegkundigen, de logopedist, de ergotherapeut, de kinesist en de sociale assistent.

Veel voorkomende aandoeningen waarbij ons neurologieteam u kan helpen zijn:

  • Epilepsie
    Wat is epilepsie?
    Epilepsie, soms in de volksmond ook “vallende ziekte” genoemd, is een neurologische aandoening die gekenmerkt wordt door het herhaaldelijk optreden van voorbijgaande episodes van bewustzijnsverlies, verandering van het gedrag of van bepaalde neurologische symptomen. Men spreekt van epilepsie als zich minstens twee epileptische aanvallen voordeden.

    De meest gekende vorm van een epileptische aanval is de zogenaamde tonisch-clonische aanval, waarbij patiënten het bewustzijn verliezen en spiertrekkingen vertonen over het gehele lichaam. Soms is er ook urineverlies en sommige patiënten bijten bij zo’n aanval ook op hun tong. Nadien kunnen patiënten ook aanhoudend suf of verward zijn.

    Er kunnen zich ook aanvallen voordoen die zich manifesteren als een bewustzijnsverandering of afwezigheid zonder dat er echt sprake is van een bewustzijnsverlies. Dergelijke aanvallen kunnen heel kortdurend zijn.

    Als laatste vorm zijn er nog de aanvallen waarbij enkel trekkingen van een lichaamsdeel optreden zonder dat enige vorm van bewustzijnsverandering optreedt.

    Epileptische aanvallen en epilepsie kunnen optreden op elke leeftijd. Per jaar word ongeveer bij 45 op 100 000 mensen de diagnose van epilepsie gesteld. Een epileptische aanval kan zich op elke leeftijd voordoen.

    Mogelijke uitlokkende factoren voor een epileptische aanval zijn slaaptekort, alcohol of ander druggebruik, uitgesproken stress …

    Uitwerking
    Wanneer er bij een bepaalde patiënt een vermoeden is van epilepsie dan is een neurologische evaluatie absoluut aangewezen. Dit houdt in dat de aard van de aanvallen wordt overlopen met de patiënt en dat de medische voorgeschiedenis en risicofactoren voor epilepsie in kaart worden gebracht. Er zal ook een lichamelijk neurologisch onderzoek uitgevoerd worden, waarbij gezocht wordt naar afwijkingen die op een onderliggende neurologische aandoening kunnen wijzen.

    Een tweede stap van de neurologische evaluatie bestaat uit het afnemen van een EEG. Een EEG is een onderzoek waarbij een opname wordt gemaakt van variaties in de elektrische activiteit van de hersenen op verschillende regionen van het hoofd. Deze elektrische activiteit wordt gegenereerd door de zenuwcellen in de hersenen. Het onderzoek is pijnloos en bestaat uit het plaatsen van verschillende elektroden over de gehele schedel. Dan wordt een opname gemaakt gedurende een 10 à 15 minuten. Tijdens de opname zal gevraagd worden de ogen af en toe te openen. Er zal een hyperventilatieproef uitgevoerd worden gedurende verschillende minuten om op die manier bepaalde mogelijke afwijkingen uit te lokken. Als laatste zal ook een stimulatie met lichtflitsen worden verricht.
    Soms wordt ook een langduriger EEG of een EEG na slaapbeperking afgenomen.
    Afhankelijk van het verhaal van de patiënt en de resultaten van het EEG kan dan beslist worden of een aanvullende hersenscan (CT of MR scan) aangewezen is.
    Soms worden ook bijkomende onderzoeken van het hart gedaan om andere oorzaken van het bewustzijnsverlies op te sporen.

    Behandeling
    Wanneer de diagnose van epilepsie gesteld wordt zal een behandeling met anti-epileptische medicatie gestart worden. Bij de keuze van de medicatie wordt rekening gehouden met verschillende factoren: de aard van de aanvallen, de medische voorgeschiedenis en de leeftijd van de patiënt, andere medicatie die ingenomen wordt …
    Ongeveer 70% van de patiënten wordt aanvalsvrij met behandeling, 50 % blijft langdurig aanvalsvrij.
    Wanneer een patiënt na het proberen van twee anti-epileptica  niet aanvalsvrij is, wordt gesproken van een refractaire of moeilijk behandelbare epilepsie. In dat geval kan bekeken worden of een patiënt in aanmerking komt voor andere behandelingen zoals heelkunde.

    Rijongeschiktheid
    Een belangrijk punt is dat de wet bepaalt dat na het doormaken van een epileptische aanval de patiënt voor een bepaalde periode rijongeschikt is. De duur van deze periode van rijongeschiktheid is afhankelijk van verschillende factoren en dient met de neuroloog besproken te worden.

  • Geheugenklachten - dementie - ziekte van Alzheimer
    Dementie is een verzamelnaam van ziekten en hersenaandoeningen waarbij over een periode van maanden tot jaren een achteruitgang ontstaat in mentale vermogens. Hierbij kan een daling in geheugencapaciteit worden gemerkt.

    Echter, ook binnen andere functies van het denken kunnen er problemen ontstaan: de aandachtsfunctie, het planningsvermogen/abstract redeneren, herkenning, taalvorming  en het vermogen om taken uit te voeren kunnen in min of meerdere mate zijn aangetast. Dit resulteert uiteindelijk in het ontstaan van problemen bij het uitvoeren van allerlei taken in het dagelijks leven. Bijkomend kunnen er ook veranderingen ontstaan binnen de gevoelswereld en de gedragingen van de patiënt.  Depressieve klachten, angsten, ontstaan van waanideeën en hallucinaties zijn hier enkele van.
    Verschillende aandoeningen kunnen aanleiding geven tot een dementieel beeld.
    Dit kan gaan om neurodegeneratieve ziektebeelden waarbij er verlies is van zenuwcellen in de hersenen.  Vanaf de leeftijd van 65 jaar heeft ongeveer 1% van onze bevolking te maken met een dementieel beeld, een percentage dat verder stijgt met de leeftijd. Bij een groot deel van deze groep mensen (ongeveer 60%) gaat het om een "Alzheimer-dementie". Hoewel de oorzaak hiervan nog niet volledig bekend is kan er zenuwcelverlies worden opgemerkt (beginnend in de hippocampi, structuren van belang voor het geheugen, en later uitbreidend naar de rest van de hersenen).  Verder wordt er nog  een neerslag van het eiwit "tau" in de zenuwcellen gezien alsook een neerslag van amyloïd-eiwit tussen de zenuwcellen. Het klinisch beeld bestaat hier uit langzaam voortschrijdende geheugenproblemen waarbij vaak ook nog andere mentale en gedragsmatige veranderingen ontstaan.
    Andere neurodegeneratieve aandoeningen zoals bijvoorbeeld
    "Lewy-body-dementie", "parkinson-dementie" en "frontotemporale kwabdementie" dienen van ‘Alzheimer’ te worden onderscheiden.
    Ook structurele veranderingen in de hersenen zoals herseninfarcten en hersenbloedingen, tumoren, ontstekingen… kunnen een dementie veroorzaken.

    Tevens kunnen invloeden van buiten de hersenen zoals alcohol/drugs/medicatie, infecties, stofwisselingsproblemen en tumoren mentale en gedragsmatige problemen veroorzaken.
    Diagnosestelling op de raadpleging bestaat uit een uitgebreid gesprek met patiënt en familie.  Verder een klinisch neurologisch onderzoek en een evaluatie van de mentale functies.
    Dit kan later verder uitgebreid worden door middel van een uitgebreide neuropsychologische evaluatie.  Dit met als doel om goed te kunnen inschatten welk type mentale functies minder goed functioneren. Verder worden er meestal nog één of meerdere technische onderzoeken uitgevoerd.   Een bloedname, een EEG, een scan van de hersenen alsook een lumbale punctie (opsporen van eiwitten in het ruggenmergvocht die afwijkend kunnen zijn bij Alzheimer) behoren tot de mogelijkheden.

    Afhankelijk van de resultaten van deze onderzoeken wordt dan per patiënt een optimaal behandelingsplan voorgesteld.  Dit kan bestaan uit ziekteremmende medicatie, soms uit medicatie om specifieke symptomen te behandelen, psychologische begeleiding, voorstel tot ondersteuning van patiënt en familie…
    Een goede opvolging via de raadpleging neurologie blijft hier van groot belang, dit om adequaat te kunnen reageren op veranderende situaties binnen de medische toestand van patiënt.

  • Bewegingsstoornissen (o.a. ziekte van Parkinson)
    Hierbij gaat het om aandoeningen van het zenuwstelsel waarbij een onvrijwillige bewegingsarmoede, een overbeweeglijkheid of een stoornis bij het uitvoeren van bewegingen voorkomt.

    De ziekte van Parkinson is de meest bekende aandoening binnen deze groep. De bekendheid is mede te wijten aan het feit dat de aandoening vaak voorkomt. Per jaar krijgen ongeveer 0,5% van de personen boven de 60 jaar deze diagnose te horen. Desondanks is het een complexe aandoening die van patiënt tot patiënt een heel gevarieerd spectrum van klachten kan geven. Bewegingsarmoede bestaande uit weinig en vertraagde bewegingen staat centraal.  Echter ook de aanwezigheid van spierstijfheid, tremor (bibberen) en ganginstabiliteit vormen de hoeksteen van de klinische presentatie. Maar al te vaak kunnen er ook mentale of gedragsmatige veranderingen optreden. Soms ook stoornissen binnen het autonome zenuwstelsel met invloed op ondermeer bloeddruk, darmbewegingen en blaascontrole.
    Bij het ontstaan van de ziekte van Parkinson staat het verlies van zenuwcellen die het eiwit dopamine produceren centraal.  Hoewel er reeds veel vooruitgang is geboekt in het begrijpen van de aandoening is het precieze ontstaansmechanisme nog steeds niet bekend.
    Medicamenteuze behandeling om dopamine te vervangen of na te bootsen staat centraal.  Ook behandeling van de niet-bewegings-gerelateerde symptomen is soms van belang. Revalidatie is hier ook van groot belang. Steeds geldt dat elke patiënt verschillend is en dat ook de patiënt zijn ziekte evolueert over de tijd.  Dit betekent dat een goede opvolging noodzakelijk is om een goed evenwicht te vinden tussen werking van medicatie en het zo veel mogelijk vermijden van nevenwerkingen.
    Indien over het verloop van jaren medicatie niet meer volstaat om op een stabiele manier de symptomen te behandelen, kan er overgeschakeld worden naar een volgende stap in de therapie.
    Er kan gekozen worden voor een duodopa-pomp-systeem waarbij er op continue wijze dopamine in de darm wordt aangebracht.
    Een andere goede optie is diepe hersenstimulatie hetgeen ook in ons centrum aangeboden wordt.  Hierbij wordt nauw samengewerkt met de dienst neurochirurgie.  Tijdens een ingreep worden er op heel nauwkeurige wijze elektrodes geplaatst in specifieke hersenkernen waarvan we weten dat bij elektrische stimulatie hiervan de symptomen van parkinson duidelijk beter worden. Om optimale resultaten te bekomen wordt is de patiënt gedurende een deel van de ingreep bij bewustzijn.  Hierbij controleert de neuroloog de klinische verbetering of het eventueel ontstaan van nevenwerkingen tijdens stimulatie.  Dit om een zo gunstig mogelijk resultaat door de stimulatie-elektrodes te kunnen garanderen. Ook na de ingreep is een goede samenwerking tussen de chirurg en de neuroloog van belang.

    Niet alleen "ziekte van Parkinson" kan parkinson-verschijnselen geven. Diverse aandoeningen groeperen zich binnen de ‘parkinson-plus-syndromen’ waarbij er wel parkinson-symptomen voorkomen doch waarbij het andere aandoeningen betreft die vaak minder goed reageren op de dopaminevervangende medicatie. Ook tal van andere hersenaandoeningen of soms bepaalde medicaties kunnen een beeld geven dat lijkt op ‘ziekte van Parkinson’ doch het uiteindelijk niet is.
    Een nauwkeurig klinisch neurologisch onderzoek staat centraal om deze aandoeningen van elkaar te kunnen onderscheiden.
    Ook de diagnosestelling en behandeling van diverse oorzaken van tremor dient vaak te gebeuren.
    In feite beeft iedereen in zeker mate doch soms kadert dit echt binnen een aandoening.
    Essentiële tremor of essentieel beven is een frequent voorkomende vorm van bibberen die vooral in de handen voorkomt en dit vooral tijdens het aannemen van een houding met de armen.  Dit kan vaak zeer goed met medicatie behandeld worden.  Indien dit alles niet het verhoopte resultaat biedt, kan er net als bij Parkinson geopteerd worden voor diepe-hersen-stimulatie.
    ER bestaan echter ook andere types tremor, die soms ook door stofwisselingsproblemen, medicatie of structurele hersenproblemen veroorzaakt worden.

    Tal van andere bewegingsstoornissen zoals chorea (snelle, complexe, onregelmatige bewegingen), myoclonus (spierschokken), dystonie (langer aanhoudende spiercontractie in één lidmaat of in gans het lichaam), tics of ataxie (coördinatoire stoornissen) vormen symptomen dewelke binnen diverse aandoeningen kunnen gezien worden en dewelke soms een ware uitdaging naar diagnose en behandeling toe betekenen. Voor dystonie kunnen infiltraties met botulinumtoxine uitgevoerd worden.

  • Multiple sclerose (MS)
    MS is een chronische ontstekingsziekte van het centraal zenuwstelsel. De ontsteking zorgt voor aantasting  van zenuwbanen op verschillende plaatsen (hersenen, ruggenmerg of oogzenuw) en tijdstippen. Hierdoor wordt de functie van zenuwbanen verstoord en kunnen neurologische klachten en symptomen optreden. Het ontstaan van nieuwe klachten of verergeren van bestaande klachten wordt een opstoot of relapse genoemd.
    Omdat de ontsteking overal in het centraal zenuwstelsel kan voorkomen, zijn de symptomen heel uiteenlopend.

    Vaak voorkomende klachten zijn:
    -    verminderd zicht op 1 oog
    -    dubbelzicht
    -    gevoelsklachten (tintelingen, slapend gevoel)
    -    verminderde kracht in arm of been
    -    coördinatie- en evenwichtsmoeilijkheden
    -    geheugenproblemen
    -    vermoeidheid
    -    blaasproblemen

    De ernst van de aandoening varieert van patiënt tot patiënt, afhankelijk van de localisatie van ontstekingsletsels in het centraal zenuwstelsel, de frequentie van opstoten, de leeftijd waarop de ziekte begint en de reactie op de behandeling.

    Er worden in hoofdzaak een 3-tal verschillende vormen van MS onderscheiden.
    • De meest voorkomende vorm is "relapsing remitting MS" (RRMS) waarbij er relapses of opstoten voorkomen, gevolgd door volledig of onvolledig herstel.  
    • Daarnaast is er de "Secundair Progressieve MS". Een aantal patiënten met RRMS evolueert na verschillende jaren naar dit type, waarbij er buiten de opstoten een verergering van de neurologische toestand optreedt.
    • Een minder vaak voorkomende vorm is de "Primair Progressieve MS", waarbij er geen opstoten voorkomen, maar een geleidelijke toename van klachten. Deze vorm ontstaat meestal op iets oudere leeftijd.
  • De oorzaak van MS is op dit ogenblik nog altijd niet volledig opgehelderd. Vermoedelijk kan de combinatie van bepaalde omgevingsfactoren (infectie , gebrek aan zonlicht, laag vitamine D …) er bij mensen met een vatbaar genetisch profiel voor zorgen dat het immuunsysteem ontstekingsreacties uitlokt in het centraal zenuwstelsel.

    De diagnose van MS wordt gesteld a.d.h.v. het ziekteverhaal, het klinisch neurologisch onderzoek en aanvullende technische onderzoeken.

    Deze aanvullende onderzoeken zijn:
    -    een bloedname en longfoto om andere ontstekingsziektes uit te sluiten
    -    een NMR-scan van hersenen en ruggenmerg om ontstekingsletsels op te sporen
    -    geëvoceerde potentialen: bij dit onderzoek worden verschillende zenuwbanen onderzocht: die van de oogzenuw, die van de gehoors-/evenwichtszenuw en de gevoelsbaan. Het  respectievelijk zintuig wordt gestimuleerd terwijl er hersensignalen (potentialen) met elektrodes op de hoofdhuid worden gemeten. Met deze onderzoeken wordt nagegaan of de geleiding in deze zenuwbanen verminderd is.
    -    lumbaal punctie: hierbij wordt er met een naald onderaan de rug een hoeveelheid lumbaalvocht afgenomen om de aanwezigheid van ontstekingscellen en –eiwitten in dit vocht te onderzoeken.

    MS is geen geneeslijke aandoening, maar de laatste jaren zijn de behandelingsmogelijkheden wel fors uitgebreid.
    Bij een opstoot wordt er vaak een infuus met cortisone toegediend, om het herstel van de neurologische klachten te versnellen.

    Daarnaast wordt er meestal gestart met een immuunmodulerende therapie om de opstoten zoveel mogelijk te voorkomen en om de gevolgen van de ontsteking op lange termijn te beperken.
    Vaak wordt er ook medicatie gestart om symptomen te verlichten: bv. om de blaasfunctie te verbeteren of om stijfheid in de benen te verminderen.

    Heel vaak is kinesitherapie ook een belangrijk onderdeel van de therapie.
    Meer informatie vindt u op de website van MS-Liga Vlaanderen.


  • Neurologische slaapstoornissen
    Op de dienst neurologie kan je terecht met slaapproblemen, zowel door een gebrek aan slaap als overdreven slaperigheid of vermoeidheid.

    Voor de diagnose van slapeloosheid of insomnie wordt vooral beroep gedaan op de slaapanamnese (beschrijving)  en slaapdagboeken.
    De behandeling kan met geneesmiddelen zijn, als het gaat over een kortere periode. Voor langeretermijnbehandeling wordt meestal beroep  gedaan op een kinesist of psycholoog voor aangepaste relaxatie- of gedragstraining.

    Bij overdreven slaperigheid wordt vaak  een polysomnografie uitgevoerd, het zogenaamde slaaponderzoek, waarbij je een nacht in het ziekhuis verblijft, waarbij de hoeveelheid en soort slaap wordt gemeten, maar ook het ademhalings- en hartritme, zuurstofconcentratie, snurkgeluiden en bewegingen van romp en benen. Hiermee kunnen ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen, zoals bv. een slaapapneusyndroom of snurken worden gedetecteerd. De behandeling van deze ziekten gebeurt in samenwerking met de longartsen en neus-keel-oor-artsen. 

    Overdreven veel ontwaken door teveel bewegen tijdens de slaap kan hiermee ook worden vastgesteld, zoals bij een periodic limb movements of sleep syndrome (al dan niet in combinatie met een rusteloze benensyndroom in wakkere toestand).Aandoeningen met  overdreven slaperigheid of slaapaanvallen, zoals bij narcolepsie kunnen meestal met medicatie worden behandeld.

    In de slaapkliniek worden ook stoornissen van de biologische  klok vastgesteld en behandeld. Dit kan op basis van een inwendige verstoring van het bioritme, maar ook als gevolg van ploegenwerk en jetlag.
    Slaapafwijkingen berustend op abnormale gedragingen tijdens de slaap (parasomnieën), zoals slaapwandelen, ritmische bewegingen, tandenknarsen hebben meestal geen andere behandeling nodig dan een correcte slaaphygiëne, wat wordt uitgelegd en aangeleerd.