Recht op een zorgvuldig bijgehouden patiëntendossier, met mogelijkheid tot inzage en afschrift

De inhoud van het patiëntendossier

Een patiënt kan meerdere patiëntendossiers hebben: bij de huisarts, de tandarts, bij de thuisverpleegkundige, maar ook in het ziekenhuis. Van elke patiënt wordt dan ook binnen ons ziekenhuis een (elektronisch) patiëntendossier bijgehouden dat op een veilige manier wordt bewaard.

Een patiëntendossier in een ziekenhuis bestaat (minimaal) uit een medisch dossier en een verpleegkundig dossier.
Het medisch dossier bevat bijvoorbeeld ‘de persoonsgegevens van de patiënt’, ‘de familiale en persoonlijke antecedenten’, ‘de voorlopige en definitieve diagnose’, ‘het eventueel operatief en anesthesieprotocol’, ‘een overzicht van de huidige ziektegeschiedenis’, ‘de uitslagen van onderzoeken’, ‘de adviezen van geconsulteerde geneesheren’, ‘de ingestelde behandeling’, ‘de evolutie van de aandoening’, ‘een afschrift van het ontslagverslag’ en zo meer.

Het medisch dossier dient dertig jaar bewaard te worden, het verpleegkundig dossier twintig jaar.

U kunt ook steeds vragen dat bepaalde stukken (bv. een wetenschappelijk artikel, een document waarin u een vertrouwenspersoon aanduidt, een document waarin u een vertegenwoordiger aanduidt, een voorafgaande wilsverklaring, …) aan uw dossier worden toegevoegd. 

Recht op inzage en afschrift (kopie) van uw patiëntendossier

U hebt als patiënt het recht om rechtstreeks uw patiëntendossier in te kijken, maar ook op een afschrift (kopie) van het geheel of een gedeelte van het dossier. U kunt zich bij de inzage van het dossier of bij het aanvragen van een afschrift laten bijstaan door de vertrouwenspersoon. U kunt het inzagerecht ook alleen laten uitoefenen door de vertrouwenspersoon (zie verder).

U krijgt hierbij toegang tot alle delen van het dossier die u wenst, behoudens de gegevens met betrekking tot derden en de persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar (zorgverlener).

Om inzage in of een afschrift van uw patiëntendossier te verkrijgen, dient u een verzoek te richten tot de behandelende arts of tot de hoofdgeneesheer. Binnen de 15 dagen na dit verzoek moet er gevolg aan verleend worden.

Indien u het inzagerecht of het recht op afschrift door een vertrouwenspersoon laat uitoefenen, of indien u zich bij de inzage wenst te laten bijstaan door een vertrouwenspersoon, dient het verzoek schriftelijk te worden geformuleerd. De volledige identiteitsgegevens van deze vertrouwenspersoon dienen dan vermeld te worden. Is uw vertrouwenspersoon een zorgverstrekker, dan heeft hij ook toegang tot de persoonlijke notities.

Inzage na overlijden

Na het overlijden van een patiënt kunnen de echtgenoot, de wettelijk of feitelijk samenwonende partner of een bloedverwant tot en met de tweede graad (de ouders, de kinderen, de broers en zussen, de grootouders en de kleinkinderen) onder bepaalde voorwaarden het dossier van de overleden patiënt onrechtstreeks door een aangeduide zorgverstrekker laten inzien.

Deze inzage kan enkel worden verleend wanneer:

  • de overleden patiënt zich tijdens het leven niet heeft verzet tegen een dergelijke inzage;
  • het verzoek tot inzage voldoende gemotiveerd en gespecificeerd werd: de aangevoerde motieven moeten hierbij belangrijk genoeg zijn om een uitzondering toe te staan op het normaal geldend recht op privacy van de overledene;
  • het inzagerecht is beperkt tot de gegevens die verband houden met de door de familieleden opgegeven reden.

Een afschrift (kopie) van het patiëntendossier kan na overlijden nooit worden afgeleverd.