Waarmee kunt u bij ons terecht?

U kunt bij ons terecht voor aangeboren afwijkingen. Ongeveer één procent van alle pasgeborenen heeft een aangeboren afwijking. Bij velen is dit eerder een geringe afwijking waarvoor geen ingreep nodig is. Bij anderen is een ingreep echter wel nodig (jaarlijks een duizendtal in heel België). Deze ingreep kan gebeuren via openhartchirurgie of via een hartcatheterisatie (ingreep via de lies of halsvaten).

Bij een aangeboren hartafwijking is er tijdens de ontwikkeling van de foetus iets fout gegaan in de baarmoeder, maar vaak is een echte directe oorzaak niet aan te tonen.

Sommige aangeboren hartafwijkingen hebben wel een aantoonbare erfelijke oorzaak. Hierbij is er schade opgetreden aan een stukje van een chromosoom, de drager van ons erfelijk materiaal. Deze schade kan de vorming van bepaalde organen beïnvloeden. Als deze schade leidt tot meerdere afwijkingen spreken we van een syndroom. Meer informatie hierover vindt u op de website van de dienst erfelijkheidsleer (medische genetica).

Veel voorkomende aangeboren aandoeningen waarbij ons team u kan helpen:

  • ASD
    Een Atriaal Septum Defect (ASD)is een opening in het tussenschot tussen de twee voorkamers van het hart. Normaal is dit tussenschot intact. Enkel voor en kort na de geboorte is er een klein gaatje dat normaal na enkele dagen tot weken sluit.

    Als dit gaatje langer open blijft, is er een abnormale verbinding tussen de linker en rechter voorkamer, waarbij er te veel bloed naar de rechter harthelft en de longen stroomt. De grootte van de opening zal grotendeels bepalen hoeveel bloed er teveel door de longen stroomt en of er hierdoor klachten ontstaan (makkelijker luchtweginfecties, sneller moe, slechtere lengte en/of gewichtstoename). Toch zullen de meeste van deze defecten spontaan sluiten. Indien dit niet het geval is, moet dit worden gesloten via een ingreep. Dit kan meestal met een ‘parapluutje’ via een hartcatheterisatie. Als een catheterisatie niet mogelijk is, gebeurt dit via een openhartoperatie.

  • VSD
    Een Ventrikel Septum Defect (VSD) is een opening in het tussenschot tussen de twee hartkamers (ook wel ventrikel genoemd, zijn eigenlijk "spierpompen"), dus tussen de linker kamer (hoge druk, pompt zuurstofrijk bloed naar het hele lichaam) en de rechter kamer (lagere druk, pompt bloed naar de longen om daar van zuurstof te worden voorzien).
    Ook hier zal vooral de grootte, maar ook de plaats van het defect bepalen of er klachten zullen ontstaan. Doordat het drukverschil hier ook van belang is, zal een wat groter VSD sneller problemen geven dan een ASD (klachten van een VSD zijn makkelijker zweten, wat sneller of moeilijker ademen, minder goed drinken, sneller moe). Vaak is behandeling dan ook sneller nodig (soms tijdelijk medicijnen).
    Toch zullen ook hier de meeste defecten spontaan genezen (dichtgroeien). Zoniet is een ingreep nodig, in dit geval meestal een openhartoperatie.

  • AVSD
    Atrio Ventriculair Septum Defect (AVSD) is een grote opening in het midden van het hart, ofwel tussen zowel kamers als voorkamers (compleet AVSD), ofwel enkel tussen de kamers (AVSD type VSD), of enkel tussen de voorkamers (ASD type 1). De hartkleppen die ook op die plaats liggen zijn hierbij steeds afwijkend. Zeker bij complete AVSD’s ontstaan er snel klachten door te grote bloedstroom naar de longen. Meestal is een tijdige operatieve correctie nodig. Kinderen met het syndroom van Down hebben vaak deze afwijking.

  • Open ductus
    De ductus arteriosus is een bloedvat/kanaaltje tussen de aorta (lichaamsslagader) en de longslagader. Deze is van groot belang tijdens de zwangerschap, omdat de longen dan niet werken en er verbindingen in het hart nodig zijn (zuurstofuitwisseling gebeurt dan via de mama, langs de navelstreng vanuit de placenta, de "moederkoek"). Na de geboorte ontplooien de longen, zorgen zij voor de zuurstofuitwisseling als de baby zelf ademt, en sluit de ductus tijdens de eerste levensdagen.

    Soms sluit deze echter niet spontaan. Dit zien we vaak bij te vroeg geboren kinderen (prematuren), maar soms ook nog op latere leeftijd.

    Klachten zijn er wanneer de bloedstroom naar de longen te groot is (makkelijker zweten, wat sneller of moeilijker ademen, minder goed drinken, sneller moe). Vaak is dan een sluiting nodig. Dit kan aanvankelijk met medicijnen (bij prematuren en pasgeborenen), maar later is hiervoor vaak een ingreep nodig (meestal mogelijk via de lies, soms via een operatieve correctie).

  • Aortaklepstenose
    Hierbij is de klep tussen de linker hartkamer en de aorta (lichaamsslagader) afwijkend. Vaak heeft de klep (die normaal uit 3 klepgedeeltes of ‘blaadjes’ bestaat) maar 2 klepblaadjes (bicuspide klep). Door een beperkte klepopening versnelt de bloedstroom en moet de linker kamer harder pompen, waardoor de druk verhoogt en de hartspier dikker kan worden.
    Een lichte of milde vernauwing geeft geen klachten, maar er is wel een hartgeruis. Een belangrijkere vernauwing kan wel klachten geven (last bij inspanning, soms zelfs flauwvallen) en dan is een behandeling nodig. In eerste instantie is dat meestal een ballondilatatie van de klep via een hartcatheterisatie (er wordt dan een catheter opgeschoven met een ballon op die wordt opgeblazen ter hoogte van de klep, waardoor klep wordt opengerokken). Als dit onvoldoende resultaat geeft kan dit later herhaald worden. Er is dan wel steeds een toenemende kans op lekken van de klep door ongelijkmatig scheuren. Bij teveel lekkage of te weinig resultaat van de ballondilatatie is toch een operatieve ingreep nodig.

  • Pulmonaalklepstenose
    Hierbij is de klep tussen de rechter hartkamer en de longslagader afwijkend. Zoals bij de aortaklepstenose moet nu de rechter hartkamer meer druk opbouwen. Bij ernstige vernauwingen is er soms ook te weinig bloedstroom naar de longen.
    Ook hier wordt deze afwijking vaak ontdekt door een hartgeruis. Zelden geeft deze afwijking klachten, enkel indien de vernauwing heel ernstig is.
    Als het drukverschil te veel oploopt wordt ook hier een ballondilatatie van de klep via hartcatheterisatie uitgevoerd. In dit geval is de kans op slagen groter en vaak is er zelfs een volledige genezing. Slechts in enkele gevallen is hier een chirurgische ingreep nodig.

  • Tetralogie van Fallot
    Dit is een hartafwijking bestaande uit vier onderdelen:
  1. een VSD, in dit geval een groot gat tussen de twee kamers onder de aorta gelegen
  2. de aorta of lichaamsslagader ‘overrijdt’ via dit groot gat de 2 hartkamers waardoor er bloed vanuit beide naar de aorta stroomt
  3. een vernauwing van de uitstroom van de rechter kamer door een spierophoping (infundibulaire vernauwing) en een vernauwing van de longslagader zelf, ter hoogte van de klep, of erboven of eronder. Meestal zijn de longtakken ook klein.
  4. een verdikte spier van de rechter hartkamer (rechterkamerhypertrofie)

    De klachten worden vooral bepaald door de ernst van de vernauwing naar de longen toe. Doordat er te weinig bloedstroom naar de longen is en doordat ook zuurstofarm bloed naar de aorta kan, ontstaat ‘blauwzucht’ of ‘cyanose’: het bloed bevat te weinig zuurstof.
  5. De behandeling hiervan is steeds een volledige operatieve correctie, soms weliswaar voorafgegaan door het aanleggen van een tijdelijke verbinding naar de longen voor meer bloedstroom, of recent meer en meer toch een ballondilatatie of zelfs stenting (oprekken met een stent, is een buisje in draad wat wordt opengeblazen) van de uitstroom naar de longen.
  • Transpositie van de grote vaten
    Hierbij komen de longslagader en de lichaamsslagader respectievelijk uit de verkeerde hartkamer (in tegenstelling tot normaal komt nu de longslagader uit de linker hartkamer en de aorta uit de rechter). Het zuurstofarme bloed vloeit in dit geval terug naar het lichaam, er komt geen zuurstofrijk bloed in terecht, tenzij er verbindingen aanwezig blijven zoals voor de geboorte (tussen de voorkamers, het ‘foramen ovale’, en tussen de slagaders, de ductus). Het is dan ook van het allergrootste belang deze verbindingen in stand te houden totdat een operatieve ingreep kan plaatsvinden. Hierbij worden de slagaders losgemaakt en op de correcte hartkamer bevestigd.
    Soms zijn er ook nog andere afwijkingen bij, zoals een VSD of vernauwde kleppen. Dit noemen we "complexe" transposities.

  • Coarctatio aortae
    Dit is een vernauwing in de grote lichaamsslagader ter hoogte van de ductus arteriosus en net aan de aftakking van de slagader naar de linker arm.
    Als deze vernauwing ernstig is, komt er enerzijds onvoldoende bloedstroom naar de onderste lichaamshelft en loopt anderzijds de bloeddruk in de vaten voor de vernauwing op.
    De presentatie is verschillend naargelang de leeftijd en de ernst van de vernauwing. Indien de vernauwing heel ernstig is en op zuigelingenleeftijd kan dit de baby heel ernstig ziek maken (onvoldoende circulatie, "decompensatie" van het hart, en shock, waarbij de meeste functies van het lichaam stilvallen).
    Vaak wordt dit echter snel genoeg ontdekt doordat typisch de polsslag in de lies onvoldoende of afwezig is.

    In eerste instantie kan het openhouden/open maken van de ductus met medicijnen levensreddend zijn totdat de vernauwing in de aorta wordt opgeheven. Vaak is dat het chirurgisch weghalen van het vernauwde deel en het terug aan mekaar hechten van de overgebleven uiteindes. Soms wordt toch een ballondilatatie van het vernauwde gedeelte uitgevoerd, soms ook met tijdelijke stenting (openhouden met een metalen buisje in rasterwerk).

Naast aangeboren hartafwijkingen bestaan er ook verworven hartafwijkingen, al is dit een eerder kleine groep. Deze hartafwijkingen kunnen ontstaan bijvoorbeeld door een virusinfectie (myocarditis, ontsteking van de hartspier) of in het kader van andere ziektebeelden (bijvoorbeeld ziekte van Kawasaki, waarbij een soort ontsteking van de kransslagaders kan ontstaan). Heel vaak worden deze ziektes behandeld met medicatie. Zelden komt het hier tot een ingreep.

Vaak (maar niet altijd) wordt een hartafwijking ontdekt door een hartgeruis.

De meeste doorverwijzingen naar onze dienst zijn dan ook voor nazicht van een hartgeruis. Andere klachten zijn kortademigheid, verkleuring, slechter eten/drinken…

U kunt bij ons ook terecht voor een cardiaal nazicht bij vermoeidheid, bij opstart van bepaalde medicatie (bv. Rilatine) of het nakijken van het effect op het hart of hartritme van bepaalde medicijnen.

Een cardiaal nazicht bij sporten kan ook nodig zijn, zeker indien er klachten zijn bij inspanning zoals flauwvallen, hartkloppingen of bij vroege, plotse dood in de familie.

Melding

Er bevinden zich geen documenten in de huidige selectie.