Waarmee kunt u bij ons terecht?

Waarbij kan GZA Ziekenhuizen helpen?

De dienst nefrologie behandelt mensen met nierziekten. Daarnaast veroorzaakt nierschade vaak ook andere ziekteverschijnselen (complicaties), zoals hoge bloeddruk (hypertensie) of verstoring van de bloedsamenstelling of de zoutconcentratie in het lichaam. Ook deze complicaties worden behandeld binnen de afdeling nefrologie.

Verder regelt deze dienst de opvolging van nierdialysepatiënten op verschillende locaties binnen en buiten GZA Ziekenhuizen. Zo kunnen dialysepatiënten die die werken of naar school gaan ook terecht in een avondprogramma buiten het ziekenhuis. 

Aandoeningen waarbij ons team u kan helpen zijn onder meer:

Acute nierinsufficiëntie

Dit is een plotselinge achteruitgang van de nierwerking (in enkele uren, dagen of weken tijd). Dit kan gepaard gaan met een hoge bloeddruk en de neiging om vocht vast te houden, wat kan leiden tot kortademigheid, benauwdheid of vochtophoping onder de huid (oedeem, meestal aan de enkels). Soms gaat dit ook gepaard met een verminderde urineproductie of met een verstoring van de zouten in het bloed.

Chronische nierinsufficiëntie

“Chronische nierinsufficiëntie” betekent dat de nierfunctie gedurende langere tijd minder goed is en dat er blijvende schade is aan het nierweefsel. De nieren hebben een grote reservecapaciteit. Dus pas wanneer de nieren ruwweg minder dan 50% werken ontstaan er klachten zoals vermoeidheid, verminderde eetlust, misselijkheid, spierkrampen of jeuk. Valt de nierwerking voor meer dan 90% uit, dan is vaak een nierfunctie vervangende therapie (dialyse,…) of niertransplantatie nodig.

Vaak voorkomende complicaties van nierziekten zijn: hoge bloeddruk, bloedarmoede, stollingsstoornissen, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, polyneuropathie (vaak met een brandend gevoel in voeten/onderbenen),  seksuele problemen, verminderde weerstand tegen infecties, verhoogd risico op breuken of psychische stoornissen.

Het doel van een  behandeling is om de achteruitgang van de nierfunctie zoveel mogelijk te vertragen of te stoppen en ook om de complicaties te voorkomen.

Cystenieren

Mensen met cystenieren hebben een relatief zeldzame erfelijke nierziekte, waarbij er in de nieren in de loop der jaren vochtblazen ontstaan. Die blazen worden geleidelijk aan groter. De nierfunctie gaat vaak ook geleidelijk achteruit.

Diabetische nefropathie

Deze term wordt gebruikt voor nierlijden dat het gevolg is van diabetes (suikerziekte). Dit is meestal te herkennen aan de aanwezigheid van micro-eiwitten in de urine (microalbumine) en in een latere fase door het verschijnen van meer eiwitten in de urine en achteruitgang van de nierfunctie met permanente schade.  

Erfelijke nierziekten

De meest frequente erfelijke nierziekten zijn het syndroom van Alport en cystenieren.

Hematurie (bloedcellen in de urine)

De aanwezigheid van bloed in de urine (op een moment buiten de menstruatie) wijst op een probleem van de nieren of lagere urinewegen en vraagt verder nazicht.

Hoge bloeddruk

Er is een nauw verband tussen nieren en hoge bloeddruk: de nierziekte kan leiden tot hoge bloeddruk, en omgekeerd kan een langdurig te hoge bloeddruk nierschade veroorzaken.

Nierstenen: screening oorzaken

Nierstenen worden gevormd wanneer bepaalde stoffen (calcium, fosfaten, oxalaat, urinezuur,…) in een te hoge concentratie aanwezig zijn in de urine. Deze stoffen vormen dan kristallen in de nieren, die last kunnen veroorzaken wanneer ze vast komen te zitten in de lagere urineweg (“nierkoliek” – hevige krampachtige pijnen in de nierstreek, waarbij mensen gaan rondlopen of kruipen omdat zij niet kunnen stilzitten van de pijn).
Soms wordt de steen spontaan uitgeplast, soms zijn heelkundige maatregelen vereist. Door de steen of een fragment hiervan te analyseren en door deze stoffen te meten in urine en/of bloed, kunnen we maatregelen voorstellen om deze steenvorming in de toekomst te helpen voorkomen.

Niertransplantatie: opvolging

Bij een niertransplantatie krijgt iemand met nood aan nierfunctie vervangende therapie een nier van een overleden persoon of van een naaste (“levende donatie”). De operatie zelf en de opvolging in de eerste weken na de transplantatie gebeuren in een universitair transplantcentrum. Daarna worden de patiënten bij de behandelend nefroloog gevolgd in samenspraak met het transplantcentrum.

Proteïnurie (eiwitverlies in de urine)

Eiwitverlies in de urine kan wijzen op een verhoogde doorlaatbaarheid van de nierfiltertjes  (die normaal gezien het eiwitverlies moeten tegengaan). Dit is op te sporen door het onderzoeken van een ochtend urinestaal of door een 24-uurs urinecollectie. Er zijn ook goedaardige vormen van eiwitverlies (zoals bij stress, na sportinspanning of infectie).

Urineweginfecties

Urineweginfecties ontstaan wanneer bacteriën via de urineleider (plasbuis) in de blaas terechtkomen. Als deze infecties opstijgen naar de nieren spreekt met van een nierbekkenontsteking. Zo’n infectie gaat vaak gepaard met hoge koorts en soms flankpijn.

Zwangerschap: nier- of bloeddrukproblemen

Voor, tijdens of kort na de zwangerschap kunnen er soms problemen ontstaan met de nieren of de bloeddruk. De nefroloog volgt dit op, samen met de behandelende gynaecoloog.