Materniteit, verloskamer en neonatologie campus Sint-Vincentius: Consultatie gynaecoloog

Consultatie gynaecoloog

Tijdens je zwangerschap word je opgevolgd door de gynaecoloog. Hij of zij luistert naar je mogelijke klachten, geeft je advies en volgt de groei van je baby nauwgezet op. De gynaecoloog zal ook je bloedwaarden laten controleren en je bloeddruk en gewichtstoename nakijken. Soms is ook een urineonderzoek of vaginaal onderzoek noodzakelijk. Doorheen de zwangerschap zal je gemiddeld 7 keer op consultatie komen. Indien er (zwangerschaps)complicaties optreden, kan dit vaker zijn. Een overzicht van je opvolgingstraject tijdens de zwangerschap vind je hier

Je kan je afspraak online maken via MyGZA of telefonisch op 03 285 28 50. De consultatie gynaecologie van campus Sint-Vincentius bevindt zich op de 2de verdieping, route 73.

 

Om je zwangerschap en de ontwikkeling van je baby goed op te volgen, voert de gynaecoloog een aantal onderzoeken uit:  

Echografie
Echografie (of echoscopie)

Bij een echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven, de zogenaamde ‘ultrageluiden’ die zich kunnen verplaatsen in het lichaam en weerkaatsen (echo) op de overgang van zachte structuren naar hardere structuren. Deze ultrageluiden hebben een dusdanig hoge frequentie dat ze voor de mens niet hoorbaar zijn. Dit onderzoek is pijnloos en volstrekt onschadelijk en daarom bijzonder geschikt voor zwangere patiënten omdat er geen gebruik wordt gemaakt van ioniserende straling.

Het ziekenfonds betaalt 3 echografieën terug.
Meer informatie over het verloop van een echografie.

GBS-screening

GBS staat voor groep-B-streptokokken bacterie en is zowel buiten als tijdens de zwangerschap een onschadelijke bacterie. De bacterie zit in de vagina. Enkel bij een vaginale bevalling is er een kans dat deze GBS-bacterie overgedragen wordt op de baby en deze soms kan besmetten. Jouw baby kan dan ernstig ziek worden. De besmetting kan zowel direct na de bevalling als tot een paar maanden later optreden. In 2018 was 22,7% (n= 386) van onze patiënten GBS positief.

Daarom neemt jouw gynaecoloog/zelfstandige vroedvrouw/huisarts met een vaginale-rectale wisser een screeningtest af tussen 35-37 weken zwangerschap. Wanneer je positief test, wordt tijdens de arbeid een antibioticabehandeling gegeven om de baby tegen de infectie te beschermen. In sommige gevallen, zoals bij een premature geboorte, starten we sowieso een antibioticakuur tijdens de arbeid. De American College of Obstetricians and Gynecologists publiceerde in 2019 opnieuw een artikel rond het belang van screening en behandeling van GBS: Prevention of Group B Streptococcal Early-Onset Disease in Newborns: ACOG Committee Opinion, Number 782 (2019).

Suikertest

Tijdens de zwangerschap kan er in sommige gevallen een (tijdelijke) vorm van suikerziekte optreden, namelijk zwangerschapsdiabetes. In dat geval moet de zwangerschap goed opgevolgd worden om de risico’s voor moeder en kind zo laag mogelijk te houden. Daarom wordt elke zwangere vrouw gescreend op zwangerschapsdiabetes, ongeacht of er risicosymptomen zijn of niet. Dit gebeurt aan de hand van de suikertest. Allereerst wordt er een “Glucose Challenge Test” (GCT) gedaan tussen 24 en 28 weken zwangerschap. Deze houdt in dat er 50 gram orale glucose wordt ingenomen door de zwangere vrouw. Deze test hoeft niet nuchter te gebeuren. Na 1 uur wordt er een bloedname gedaan om de bloedsuikerwaarde te testen. Deze waarde is verstoord vanaf 130 mg/dl. In dat geval dient er een OGTT te gebeuren. 

De OGTT is een "Orale Glucosetolerantietest. Hierbij moet 75 gram glucose gedronken waarna meerdere bloednames worden gedaan op verschillende tijdstippen. Deze test moet in tegenstelling tot de GCT wél nuchter gebeuren. Er wordt namelijk gestart met een nuchtere bloedname, waarna 75 gram glucose gedronken moet worden. Vervolgens worden er nieuwe bloednames gedaan na 1 uur en na 2 uur. In de tussentijd is het belangrijk om niet te veel te bewegen of energie te verbranden zodat de testresultaten betrouwbaar zijn. Op basis van deze waardes wordt de diagnose van zwangerschapsdiabetes gesteld door de endocrinoloog. Vanaf dat er één van de drie bloednames een afwijkende waarde toont, spreken we van zwangerschapsdiabetes.

Als de diagnose van zwangerschapsdiabetes wordt gesteld, wordt er een consultatie ingepland bij de diëtiste, de diabeteseducator of verpleegkundige en bij de endocrinoloog. Hierna wordt er op basis van de bloedresultaten besloten welke therapie er nodig is. In de meeste gevallen wordt er eerst gevraagd om gedurende twee weken een suikermeting thuis te doen. Hierbij moeten er vier suikerwaardes gecontroleerd worden per dag. De eerste meting dient nuchter te gebeuren en nadien telkens één uur na de maaltijd. Zo krijgt de endocrinoloog extra informatie over wanneer en of de suikerwaardes verstoord zijn door de dag.

Door de diëtiste wordt er info gegeven over gezonde voeding. Er moet gedurende de suikermetingen vastgehouden worden aan een dieet. Samen met de diëtiste wordt er gerichte informatie gegeven en gestreefd naar een individueel haalbaar dieet. Als dit dieet er niet voor zorgt dat de suikerwaardes onder controle blijven, kan het nodig zijn om op te starten met insuline. Dit is medicatie die zorgt voor een verlaging van de bloedsuikerspiegel. Belangrijk is hierbij dat de voorgeschreven dosissen correct ingenomen worden en op de juiste tijdstippen. Dit wordt verder nauwgezet opgevolgd door de endocrinoloog. Ook de gynaecoloog kan dit traject mee volgen via het elektronisch patiëntendossier zodat hij of zij steeds goed op de hoogte is van de specifieke situatie van elke patiënt.

NIPT

Bij de Niet-Invasieve Prenatale Test wordt via een bloedafname bij de moeder het daarin circulerend genetisch materiaal van de foetus onderzocht. Deze test vervangt de minder betrouwbare combinatietest voor de opsporing van het syndroom van Down. Bespreek vooraf met je arts wat je van de test mag verwachten en wat het gevolg is van een positieve NIPT. Op basis van deze informatie kan je beslissen om de NIPT al dan niet uit te voeren.

De resultaten van echografisch onderzoek en bloedafnames geven alleen de kans aan dat je kindje deze chromosomale aandoening kan hebben. Dit kan enkel met zekerheid worden bevestigd of uitgesloten met een aanvullend onderzoek (doorgaans een vruchtwaterpunctie) van het genetisch materiaal van de foetus. Let wel: ook dit onderzoek geeft geen uitsluitsel of je baby gezond zal zijn, vermits aangeboren aandoeningen niet altijd gepaard gaan met chromosomale aandoeningen. (bron: Kind en Gezin)

Gynaecologen binnen GZA Ziekenhuizen

Diensthoofd
Adjunct diensthoofd