Recht op bijstand en vertegenwoordiging of een vertrouwenspersoon

U hebt als patiënt de mogelijkheid een vertrouwenspersoon en/of vertegenwoordiger aan te duiden. Belangrijk te weten is dat er een onderscheid bestaat tussen deze figuren.

De vertrouwenspersoon: staat de wilsbekwame patiënt bij!

Een vertrouwenspersoon staat de wilsbekwame patiënt, zijnde de patiënt die zelf nog volledig zelfstandig zijn rechten kan uitoefenen, bij. Hij neemt geen beslissingen in de plaats van de patiënt.

De rol die de vertrouwenspersoon vervult is beperkt tot:

Hoe duidt u een vertrouwenspersoon aan?

De vertrouwenspersoon kan door u als patiënt zowel formeel als informeel worden aangeduid.

Een informele aanduiding wil zeggen dat u de zorgverlener meedeelt wie uw vertrouwenspersoon is, die dit vervolgens registreert in uw patiëntendossier.

Echter onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer men het recht op inzage of afschrift van het patiëntendossier wil laten uitoefenen door de vertrouwenspersoon, dan moet dit verzoek schriftelijk door de patiënt geformuleerd worden.  Deze formele aanduiding van de vertrouwenspersoon kan via het document “aanwijzing van een vertrouwenspersoon” (zie model op www.patientrights.be of op www.vlaamspatientenplatform.be).

U kunt als patiënt ook op elk moment beslissen om uw aanwijzing van vertrouwenspersoon in te trekken of te wijzigen.  Bij een formele aanwijzing doet men dit best schriftelijk.

De vertegenwoordiger: vervangt de wilsonbekwame patiënt!

Een vertegenwoordiger is de persoon die inzake de uit te oefenen patiëntenrechten in de plaats van de patiënt optreedt wanneer de patiënt feitelijk of juridisch niet in staat is deze rechten zelf uit te oefenen omdat hij wilsonbekwaam is.

In de regel gaat het dan over:

  • de minderjarige;
  • de meerderjarige onder het wettelijk statuut van verlengd minderjarige of de onbekwaamverklaarde meerderjarige;
  • de meerderjarige die volgens de zorgverlener feitelijk niet meer in staat is zijn/haar wil te uiten (bv. personen in een coma of met dementie).

Wie zal de patiëntenrechten uitoefenen?

Hierbij moeten we een onderscheid maken tussen enerzijds de minderjarige, de verlengd minderjarige en de onbekwaamverklaarde en anderzijds de meerderjarige die volgens de zorgverlener feitelijk niet in staat is zijn wil te uiten.

Minderjarigen, verlengd minderjarigen en onbekwaamverklaarden:

  • Voor de minderjarige, de verlengd minderjarige of de onbekwaamverklaarde geldt dat de uitoefening van de patiëntenrechten toebehoort aan de ouders of aan de voogd(en). 
  • Is de minderjarige in staat zijn rechten geheel of gedeeltelijk op zelfstandige wijze uit te oefenen dan kan de zorgverlener beslissen dat hij zelf zijn rechten uitoefent in zoverre de minderjarige in staat is zelf zijn belangen op redelijke wijze te beoordelen.  Deze mogelijkheid bestaat niet voor personen onder het statuut van verlengde minderjarigheid of onbekwaamverklaring.  Zij worden wel zoveel mogelijk, in verhouding tot hun begripsvermogen, betrokken bij de uitoefening van hun rechten.

Meerderjarigen die feitelijk niet (meer) bekwaam zijn hun wil te uiten:

  • Voor de meerderjarige die volgens de zorgverlener feitelijk niet meer in staat is zijn wil te uiten bestaat de mogelijkheid om voorafgaand een formele (of benoemde) vertegenwoordiger aan te duiden.  
    U kunt als patiënt op het ogenblik dat u nog wilsbekwaam bent een formele (of benoemde) vertegenwoordiger aanduiden die in uw plaats zal optreden zolang u niet in staat bent zelf uw patiëntenrechten uit te oefenen.  Het is hierbij wel de bedoeling dat deze vertegenwoordiger uw wil vertolkt en optreedt in uw belang.  De aanduiding van een formele, zelf gekozen, vertegenwoordiger dient schriftelijk te gebeuren via het formulier “aanwijzing van een vertegenwoordiger” (zie model op www.patientrights.be of op www.vlaamspatientenplatform.be).  Deze aanduiding kan te allen tijden ook steeds worden ingetrokken.
  • Heeft u evenwel geen formele vertegenwoordiger aangeduid of kan/wenst deze niet op te treden dan voorziet de wet in een specifieke volgorde (cascade) van informele (of familiale) vertegenwoordigers.  Zo zullen de patiëntenrechten van een wilsonbekwame patiënt die geen formele vertegenwoordiger heeft, in eerste instantie worden uitgeoefend door (1) de samenwonende echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of de feitelijk samenwonende partner.  Indien deze er niet is of niet wenst op te treden dan zullen de rechten in dalende volgorde worden uitgeoefend door (2) een meerderjarig kind, (3) een ouder en (4) een meerderjarige broer of zus van de patiënt.  Indien ook deze laatsten ontbreken of niet wensen op te treden zal de betrokken zorgverstrekker de belangen van de patiënt behartigen en dit na multidisciplinair overleg.  Dit laatste zal ook het geval zijn wanneer er bijvoorbeeld meerdere kinderen, ouders of broers of zussen zijn die een andere wil hebben.  Bij een dergelijk conflict zal ook weer de betrokken zorgverlener de belangen van de patiënt behartigen en dit na multidisciplinair overleg.