Verdoving en pijnstilling (Anesthesie): Soorten verdoving

campus Sint-Augustinus - route 212

Welke soorten verdoving kunnen er toegediend worden?

Er zijn verschillende soorten anesthesie. Je gezondheid, het soort ingreep en je persoonlijke voorkeur bepalen mee welke anesthesie voor jou het meest geschikt is. Hieronder vind je een korte beschrijving van de verschillende mogelijkheden.

Algemene of volledige verdoving (narcose)

In de operatiezaal krijg je een infuus (baxter) in de arm waarlangs de anesthesist slaapmiddelen, pijnstillers en eventueel spierontspanners inspuit. Zodra je slaapt, plaatst de anesthesist ook een buisje in je keel waarlangs je ademhaling gedurende de narcose wordt gecontroleerd. Je merkt niets van de operatie en je kan je er achteraf ook niets van herinneren. Kinderen worden meestal verdoofd met een maskertje waarlangs ze slaapgas inademen, omdat dit minder vervelend is dan een prik.

Locoregionale of plaatselijke verdoving

Bij deze techniek maken we enkel het te opereren deel van het lichaam gevoelloos. Bijvoorbeeld: een prik in de rug tussen de wervels voor een bevalling of voor een knieoperatie (spinale of epidurale verdoving), of een prik in de arm voor een ingreep aan de hand.

Bij een locoregionale verdoving blijf je bij bewustzijn, maar de operatie gebeurt achter een operatiescherm zodat je daar niets van ziet. Als je het wenst, kan je wel een slaapmiddeltje krijgen om tijdens de ingreep wat te soezen.

Deze vorm van verdoving is evenwel niet mogelijk voor alle operaties. De anesthesist zal met jou de vorm van anesthesie bespreken die voor jou het meest aangewezen is (volledige of plaatselijke verdoving). Hierbij zal in de mate van het medisch mogelijke rekening worden gehouden met jouw persoonlijke voorkeur.

Recovery kamer in Sint-Augustinus

Sedatie

Via een klein infuusnaaldje in een ader van je hand of arm krijg je geneesmiddelen toegediend, waardoor je bewustzijn zo veel verlaagd wordt dat je niets meer van de ingreep merkt, maar nog wel zelf blijft ademen.